Categorie Archief nieuws

doorDDV

Stop armoede en dakloosheid: de kostendelersnorm uit de wet!

‘Meer armoede en veel ellende’

De kostendelersnorm zorgt ervoor dat mensen die met elkaar in een huis wonen gekort worden op de bijstand die zij ontvangen. Ongeveer 10% van de bijstandsgerechtigden, zo’n 41.600 (cijfers 2019) hebben te maken met de kostendelersnorm. FNV vicevoorzitter Kitty Jong: ‘De kostendelersnorm leidt tot meer armoede en veel ellende. Zo zijn er ouders die hun meerderjarige kind vragen uit huis te gaan, omdat zij dan niet meer gekort worden. Mensen die uit huis worden gezet kunnen niet terugvallen op een slaapplek bij vrienden met een bijstandsuitkering, want die worden dan financieel gestraft. En je ouders in huis nemen is ook lastig, want ook dan krijg je ermee te maken.’

Woonlasten niet meer te betalen

Recentelijk nog bracht het NIBUD een rapport uit waaruit bleek dat de woonlasten voor mensen met een uitkering niet meer op te brengen zijn. Kitty Jong: ‘Het mag duidelijk zijn dat de kostendelersnorm daarbij niet helpt. De kostendelersnorm moet uit de wet en daar sluiten PvdA, GroenLinks SP en Bij1 zich nu bij aan.’

Op naar de 10.000 handtekeningen

De petitie om de kostendelersnorm uit de wet te krijgen willen we in april bij het nieuwe kabinet aanbieden. Hoe meer handtekening, hoe beter. De teller staat nu op ruim 7.000. Help mee aan de 10.000 handtekeningen?

Teken de petitie van de FNV

doorDDV

Max promoveert op zelfbeheer!

Voor de geïnteresseerden. Max Huber zijn promotie komt steeds dichter bij, vandaag een artikel op @socialevraagstukken, vrijdag een interview op de website van @HVO_Querido, woensdag symposium en verdediging.

Zelfbeheer in daklozenopvang gaat niet vanzelf

Toen hij in 2009 gevraagd werd om onderzoek te gaan doen naar een zelfbeheerde opvang, was zijn eerste gedachte: zelfbeheer door daklozen, dat wordt toch een grote rotzooi? Max Huber promoveert op 10 maart met zijn onderzoek naar de zelfbeheerde opvang Je Eigen Stek, en reflecteert op de opgedane inzichten.

Met enige schaamte schrijf ik nu over mijn vooringenomenheid toen. Al troost het me, dat ik in de loop der tijd met velen heb gesproken die een soortgelijke gedachte over de onmogelijkheid van een daklozenopvang in zelfbeheer hadden. Het korte antwoord op de vraag uit de intro, na ruim tien jaar onderzoek naar zelfbeheer, is: nee, dat wordt geen rotzooi. Het is vaak ingewikkeld, dat wel, maar het levert vooral veel op.

Het grootste deel van mijn onderzoek heb ik gedaan bij en met Je Eigen Stek (JES), een zelfbeheerde opvang die in 2007 is gestart, geïnspireerd door vergelijkbare zelfbeheerde opvang in Nijmegen (NuNN) en Utrecht (NoiZ). JES is opgezet door een groep daklozen die ontevreden was over de reguliere opvang, ondersteund door sociaal werkers en bestuurders van HVO-Querido. De initiatiefnemers misten in de opvang ruimte om op hun eigen manier aan de beëindiging van hun dakloosheid te werken. ‘Wij kunnen het beter’, was (en is) de claim van bewoners.

In de vele tientallen gesprekken die ik gevoerd heb met en over JES en andere voorzieningen, kwam bijna altijd de vraag voorbij: wat is zelfbeheer? Betekent dat zelf doen, zelf besluiten? Doe je dat zelf, of samen? En mag je daar als niet-bewoner wat van vinden, of gaat dat in tegen zelfbeheer? Net zoals we door het hele land gesprekken voeren over: wat is eigen kracht, zelfredzaamheid?

Misverstanden over zelfbeheer

De afgelopen jaren heb ik heel wat misverstanden zien ontstaan door verschillende ideeën over wat zelfbeheer is, bijvoorbeeld over sociaal werkers die zich afzijdig hielden, want dat zou zelfbeheer zijn, terwijl bewoners zich irriteerden aan sociaal werkers die zelf geen initiatief namen. Ook onderling worstelden bewoners met verschillende ideeën over samen leven en samen beheren. De een was blij met de sociale contacten, de ander wou het liefst met rust gelaten worden. De ene bewoner zei tegen mij: ‘Ik vind het zo fijn dat ik als ik thuis kom [bij JES], er altijd iemand is om mee te praten in de woonkamer’, een andere bewoner zei: ‘Er zitten altijd mensen naar je te kijken in de woonkamer, je bent nooit eens alleen’.

Bewoners waarderen de ruimte voor eigen regie en de bestaanszekerheid die JES biedt, ook door de onbepaalde verblijftijd en de afwezigheid van tijdsdruk om je problemen aan te pakken. Door de jaren heen is JES steeds meer aandacht gaan besteden aan de voorbereiding op weer zelfstandig wonen. Een deel van de bewoners had daar weerstand tegen: ze hadden niet voor JES gekozen om het over hun gevoelens te hebben.

Ik heb lang geworsteld met de weigering van een deel van de bewoners om woorden te geven aan de voordelen van samen leven. Als onderzoeker wil ik graag beschrijven welke baat bewoners wel of niet hebben bij hun verblijf en dat gaat moeilijker als mensen zelf die baat niet willen benoemen. Omgekeerd dan maar opschrijven dat mensen geen baat ervaren, doet geen recht aan mijn waarnemingen en aan de waarnemingen van anderen. Als sociaal werker, en als mens, ben ik overtuigd van de waarde van reflecteren op jezelf en je ontwikkeling, als stimulans voor zelfontwikkeling. Tegelijk ben ik ook overtuigd van de waarde die het voor bewoners heeft om te kunnen weigeren om te reflecteren, juist omdat in de reguliere hulpverlening cliënten zo vaak hun hele hebben en houden permanent moeten delen met onbekenden.

Zoeken naar manier van ondersteuning

De ondersteuners van JES zoeken naar manieren om ondersteuning te bieden, zonder van bewoners de vrijheid om het zelf te bepalen aan te tasten. Hoe je als sociaal werker ondersteuning kan bieden die eigen kracht versterkt, of in ieder geval niet beperkt, is het hoofdthema geweest van mijn werk als docent-onderzoeker de afgelopen tien jaar. Dat thema, het ‘Achterhuis trauma’ van het sociaal werk, speelt zowel binnen zelfbeheer als in het wijkgerichte werken, waar ik ook veel onderzoek naar heb gedaan.

Achterhuis stelde dat sociaal werkers cliënten afhankelijk maken, een leitmotiv in het denken van en over sociaal werkers. Er zijn allerlei processen in het sociale domein aan te wijzen die eigen kracht hinderen, zoals bureaucratische uitsluiting, bestaansonzekerheid, probleemgestuurde financiering (alleen als je kwetsbaar genoeg bent krijg je hulp) en onoverzichtelijkheid, maar die hebben meer met regels dan met professionals te maken (al verschuilen sommigen zich dan wel weer makkelijk achter die regels).

In JES zijn veel van die eigen kracht belemmerende regels er niet. Bewoners hebben bestaanszekerheid en binnen JES veel vrijheid. Zoals gezegd, voor een flink deel van de bewoners betekent dat niet dat hun eigen kracht dan automatisch floreert binnen JES. Daar is ondersteuning bij nodig, van andere bewoners en van ondersteuners. Ondersteuners sluiten bij wat bewoners willen en kunnen en bieden ondersteuning waar die eigen kracht er (nog of tijdelijk) niet is.

Strenge huisregels aan de muur

Het werk van ondersteuners wordt bemoeilijkt doordat bewoners die de ‘leefwereld’ vertegenwoordigden, er erg op gebrand waren om onderdelen van die vervloekte ‘systeemwereld’ te kopiëren, tot mijn verbazing. Op sommige momenten hingen er opeens strenge huisregels op een blaadje aan de muur of was er een hiërarchische taakverdelingen (tussen nieuwe bewoners, oudere bewoners, de beheerdersgroep en de voorzitter). Tegelijk blijft er een wezenlijk verschil met reguliere institutionele voorzieningen: met elke nieuwe groep bewoners werden ingesleten patronen weer ter discussie gesteld en werden oude rollen door nieuwe vervangen, waardoor elke bewoner de ruimte had om JES zich een beetje ‘eigen’ te maken, en vorm te geven aan zijn eigen verblijf bij JES. En verdween het briefje met huisregels (om later weer te verschijnen en nog een keer te verdwijnen).

Waar institutionele zorg vaak geassocieerd wordt met disempowerment, zag ik bij JES ook geïnstitutionaliseerde elementen die juist empowerend werkten: van de eigen sleutel die elke bewoner krijgt en de vaste vergadering waar alles besproken en besloten wordt, tot het gevoelde gezamenlijk eigenaarschap van de voorziening. JES, en andere zelfbeheerde voorzieningen, laten zo zien: empowerment kan heel goed in een institutionele setting, mits goed ingericht.

Meer Gallisch dorp dan paard van Troje

Het mooie van zo lang mee oplopen, is dat ik ook veranderingen over tijd kan zien, of juist dingen die niet veranderen. De waardering van bewoners voor rust en vrijheid blijft groot, de zoektocht naar de balans tussen aandacht voor individueel en collectief zelfbeheer ook. De druk op sociaal werkers vanuit bewoners en andere betrokken is ook een constante, druk om terug te vallen in klassieke rollen. En externe betrokkenen – vanuit de moederorganisatie, de gemeente en andere partnerorganisaties- blijven zoekende in hoe zich te verhouden tot zelfbeheer.

De steeds maar groeiende schaarste in woningen en opvangplekken in Amsterdam en Nederland zorgt er voor dat de druk op JES groter wordt om zich aan te passen aan de eis dat nieuwe bewoners een beschikking van niet-zelfredzaamheid hebben van de gemeente, inclusief alle bureaucratische processen die daarbij horen. In die zin is JES minder ‘paard van Troje’, die het systeem van binnenuit verandert, en meer een ‘Gallisch dorp’ die vast probeert te houden aan de eigen visie, binnen een systeem dat daar niet veel ruimte voor biedt.

Max Huber verdedigt op 10 maart zijn proefschrift ‘Sailing on self-management. The organization of empowerment in an institutional setting’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorafgaand aan de verdediging is er een symposium met en over JES. Meer informatie over het symposium en de verdediging staat op de website van HVO-Querido. Daar staat ook een link naar het proefschrift.

Het proefschrift is geschreven vanuit de Werkplaats sociaal domein Amsterdam, onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam. Huber werkt nu bij het onderzoeksbureau van HVO-Querido en is verbonden aan de academische werkplaats Sociaal werk van Tranzo.

Foto: http://www.jeeigenstek.com/gallerij/ 

doorDDV

Straatapp voor Amsterdamse dak- en thuisloze jongeren

Praktische tips voor slaap-, douche en eetadressen

Het aantal dak- en thuisloze jongeren in Nederland én in Amsterdam is gestegen. Mede daarom lanceert De Combinatie op 3 maart de Straatapp. Deze is voor Amsterdamse jongeren die dak- en thuisloos zijn of dreigen te worden. Je komt op de Straatapp via https://straatapp.nl of via de QR-code. Als je deze een keer met wifi-verbinding hebt bezocht, kan dat daarna zonder wifi.

Wethouder Simone Kukenheim (zorg): “Als je als jongvolwassen opeens op straat komt te staan, dan is dat heftig. Je hebt geen vaste woon- en verblijfplaats, vaak geen vast inkomen en bent helemaal op jezelf aangewezen. Hoe houd je jezelf dan staande? Daarom juichen we het initiatief van deze Straatapp toe. Het sluit goed aan bij de behoefte van dakloze jongeren aan meer praktische tips en adviezen. Ook draagt de app bij aan de ambitie van het landelijke Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019-2021 (onder aansturing van staatssecretaris Blokhuis) om jeugddakloosheid terug te dringen. Dit complexe vraagstuk behoeft ook maatwerk. De ervaringsdeskundige jongeren die ik gesproken heb, voelen zich gesteund met alle informatie die deze app te bieden heeft.”

Praktische informatie
De app bestaat uit negen thema’s met praktische informatie voor jongeren. Dat zijn onder andere adressen waar ze goedkoop kunnen slapen, douchen en eten. Heeft een jongere behoefte aan een luisterend oor, dan is hier informatie te vinden over de mogelijkheden. Ook kunnen jongeren met een LHBTI-achtergrond terecht op de app voor specifieke info.

In de app vind je via de knop ‘Persoonlijke verzorging’ bijvoorbeeld Team Centrum van perMens waar een jongere kan douchen en een wasmachine kan gebruiken. Bij ‘Geld’ vind je onder andere Dynamo waar je kan aankloppen voor hulp bij schulden.

Onder de aandacht van jongeren
We brengen de app onder andere onder de aandacht via media. Daarnaast komen posters te hangen op locaties waar jongeren komen. Denk aan scholen, gemeente, bibliotheken, coffeeshops, jongerencentra. Ook organisaties die jongeren adviseren, zijn of brengen we op de hoogte. Wil je informatie ontvangen, mail naar [email protected]

App bezoeken zonder Wifi
De jongere kan de Straatapp bezoeken zonder wifi-verbinding, nadat hij de app op z’n telefoon heeft gezet. Dat kan door de website te bezoeken en dan de keus te maken deze toe te voegen als app.

App is idee van jongeren zelf
De app is een idee van jongeren van Don Bosco Straatvisie die zelf hebben ervaren hoe moeilijk het is om informatie te vinden als je op straat komt te staan. Zij bedachten dat alle informatie op één plek moest komen in een app! De Combinatie – een samenwerkingsverband van acht jongerenorganisaties – heeft dit vervolgens met de jongeren opgepakt en ontwikkeld. Gebruikers van de app kunnen makkelijk actuele informatie doorgeven, zodat de app altijd up-to-date blijft! Natuurlijk beheren we deze ook. Dat doen we samen met de jongeren van Don Bosco Straatvisie. Een app voor en door jongeren dus!

Noot voor de redactie

Meer informatie: Leontien Kuip, communicatieadviseur HVO-Querido, tel. (06) 06 52 85 45 07, [email protected] of Simone Dweelaard, communicatieadviseur perMens, tel. (06) 40 28 52 72, [email protected]

doorDDV

Arre Zuurmond over zijn afscheid als de Ombudsman van Metropool Amsterdam

donderdag 18 februari 2021

Arre Zuurmond, de Ombudsman van Metropool Amsterdam, neemt dit jaar afscheid terwijl hij nog eigenlijk voor 4 jaar had getekend. Hij pleit voor ander leiderschap.

Het is interessant wat Arre Zuurmond inbrengt over waarom hij stopt. Kijk en luister via de link naar dit interessante interview.

doorDDV

Eindejaar sluiting

De postuitgifte en het spreekuur van de DDV zijn gesloten tussen 22 december 2020 en 10 januari 2021.
Op maandag 21 december zijn wij alleen open tot 12.30 en doen we geen intakes meer.

De laatste mogelijkheid in 2020 voor een intake voor een briefadres is op donderdag 17 december.

doorDDV

Gemeente moet dakloze burger inschrijven

Op 10 november 2020 bericht Valente

Het niét kunnen verkrijgen van een briefadres is een hardnekkig probleem. Op  28 oktober 2020 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste bestuursrechter) uitspraak gedaan dat de gemeente gehouden is zelf een briefadres te verlenen als de burger daar niemand anders voor heeft.

De uitspraak gaat over een dakloze man die een briefadres had gekregen van een kennis in de gemeente Lansingerland. Met dat briefadres stond de man ingeschreven bij de gemeente in de Basisregistratie Personen (BRP). Op die manier was de man bereikbaar voor de overheid en kon hij zaken regelen zoals een zorgverzekering, verlenging van rijbewijs en aanvragen van paspoort.

Begin 2018 trok de kennis haar toestemming voor het briefadres in. De gemeente informeerde de man hierover, beëindigde het briefadres (en daarmee de inschrijving in de BRP) en verwees hem naar Centraal Onthaal in Rotterdam, het daklozenloket. In de folder over Centraal Onthaal die de man ontving van de gemeente Lansingerland, staat overigens dat Centraal Onthaal geen briefadressen toekent. De gemeente Rotterdam stelt eisen aan het verlenen van een briefadres, onder meer dat iemand in de (nacht)opvang moet slapen om op een briefadres ingeschreven te worden. De man wilde niet in de (nacht)opvang in Rotterdam gaan slapen en kon op die manier ook geen briefadres krijgen daar.

De man tekende bezwaar aan bij de rechtbank en werd in het gelijk gesteld. De gemeente Lansingerland moest hem met terugwerkende kracht weer inschrijven op een briefadres, zo niet bij een kennis, dan bij de gemeente zelf . De gemeente Lansingerland ging daarop in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde op 28 oktober 2020 als volgt:

De gemeente mag alleen uitschrijven naar onbekend als:

– de betrokkene niet kan worden bereikt;

– hij/zij geen ander inschrijfadres heeft gemeld of bericht van vertrek heeft gegeven en

– na gedegen onderzoek geen gegevens kunnen worden achterhaald.

De gemeente moet zelf een briefadres op een adres van de gemeente geven als iemand die dakloos is, geen personen heeft die hem een briefadres willen verlenen. De Raad van State verwijst naar het ‘Stappenplan inschrijven BRP op een Briefadres’ van 6 maart 2018. De gemeente moet dit plan volgen en zo nodig maatwerk leveren.

De gemeente mag voor een briefadres niet eisen dat de dakloze persoon zorg ontvangt of gebruik maakt van de opvang.

De advocaat die in deze zaak de belangen van de dakloze man heeft behartigd, geeft het volgende advies aan mensen die door de gemeente uit de BRP geschreven zijn naar ‘Vertrokken, Onbekend, Waarheen’:

1. Houd goed contact met de gemeente. Blijf bereikbaar per telefoon/mail/persoonlijk aan het loket.

2. Zoek iemand anders die als briefadres wil fungeren.

3. Als dat niet lukt: vraag de gemeente schriftelijk om een briefadres bij de gemeente (ambtshalve briefadres).

4. Vraag een schriftelijke beslissing over de uitschrijving. Maak zo nodig binnen 6 weken bezwaar.

doorDDV

‘Vakbondsleider’ bij de Daklozenvakbond

De Amsterdamse Daklozenvakbond ontvangt dagelijks enkele honderden poststukken. Al deze brieven, kaarten en pakketten zijn gericht aan daklozen die er een briefadres hebben aangevraagd. “Alleen wie een adres heeft, bestaat in dit land”, zegt cliëntondersteuner Theo van Ghesel Grothe. Lees hieronder zijn verhaal over de vakbond, de Koffiets, Sheltersuits en ‘enveloppenvrees’.

Wie na lange tijd weer een briefadres krijgt, verschijnt al snel op de radar van bedrijven en instanties. De herinneringen, aanmaningen, facturen en aanslagen stapelen zich in korte tijd op. “Daarom ga ik na het indienen van een aanvraag van een briefadres om de tafel zitten met mijn cliënt. Van welke instanties verwacht hij vervelende post?”

Vervolgens maakt Theo een planning voor het regelen en afhandelen van alle openstaande zaken. “In de praktijk werkt dat angst verlagend en het biedt iemand weer perspectief.” Volgens Theo zijn officiële brieven vaak nodeloos ingewikkeld door al het technische jargon. “Die teksten zijn niet alleen voor laaggeletterden lastig te begrijpen en mijn cliënten zitten vervolgens met de handen in het haar. Door een helpende hand te bieden, verlaag ik iemands ‘briefangst’.”

De Daklozenvakbond

De Daklozenvakbond waar Theo werkzaam is, is een kleine organisatie die hoofdzakelijk bestaat uit ervaringsdeskundigen en (ex)-daklozen. De organisatie komt op voor de rechten van dak- en thuislozen en mensen uit andere randgroepen. Naast ondersteuning bij het verkrijgen van een briefadres, adviseert de organisatie de (gemeentelijke) overheid over het thema dakloosheid. Hoe? Door aanwezig te zijn in raadscommissies, buurtteams, werkgroepen en andere overleggen.

Verder kunnen cliënten gebruik maken van een inloopspreekuur om vragen te stellen, hun post op te halen of een kop koffie te drinken. Theo verleent ook individuele ondersteuning aan daklozen. Hij kan daarbij onafhankelijk te werk gaan en dat is in zijn functiebeschrijving vastgelegd. “Ik ga bijvoorbeeld mee met een cliënt die een bijstandsuitkering wil aanvragen. Zeker wanneer een dakloze eerder is weggestuurd bij de gemeente, terwijl mijn inschatting is dat hij recht heeft op een uitkering.”

“Goed luisteren, niet oordelen en hulpvaardig zijn. Zeer belangrijke eigenschappen voor het werken met daklozen.”

Goed luisteren, niet oordelen en hulpvaardig zijn. Dat vindt Theo de belangrijkste eigenschappen om zijn werk goed uit te kunnen voeren. “Helaas is het onmogelijk om elke dakloze direct verder te helpen. Wel kan ik er voor iedereen zijn. Wanneer een cliënt met een goed gevoel vertrekt na een kennismakingsgesprek is de basis gelegd.” Voor verandering is een lange adem vereist!

Theo begeleidt mensen die vaak met complexe problemen kampen op meerdere levensterreinen. Vaak gaat het om een combinatie van schulden, verslavingen, psychische problemen, laaggeletterdheid en soms trauma’s. “Ik luister aandachtig, ben onbevooroordeeld en elke cliënt krijgt de tijd die hij nodig heeft. Wanneer ik het plaatje compleet heb, probeer ik een gids te zijn. Mensen hebben vaak geen idee bij welke organisatie ze moeten aankloppen voor hulp. Ik help ze op weg.”

Dak- en thuislozen hebben vaak een baan

Toch wil Theo voorkomen dat hij het beeld schetst van zielige, hulpeloze daklozen. Volgens hem zijn de meeste dak- en thuislozen veerkrachtige mensen die in de problemen zijn geraakt door gangbare levensgebeurtenissen, zoals baanverlies, een verbroken relatie of het overlijden van een dierbare. Mensen raken in de put, betalen hun rekeningen niet meer en worden op straat gezet. “Wie een klein sociaal vangnet heeft, komt snel in de problemen. De eerste 3 maanden kan je terecht bij familie en vrienden, maar daarna ben je op jezelf aangewezen.”

Ook de coronacrisis heeft impact. Zo heeft Theo laatst gesproken met een cliënt die schoonmaakt in hotels. Zijn inkomsten zijn teruggelopen, omdat er minder werk is. “Mensen weten niet wat ze moeten doen om bijvoorbeeld een aanvullende uitkering te krijgen. Procedures zijn vaak te ingewikkeld.” Een andere groep die het momenteel moeilijk heeft, zijn de bagagemedewerkers op luchthaven Schiphol.

“Een gescheiden bouwvakker heeft honderden woningen helpen bouwen, maar geen eigen plek om zijn kinderen te ontvangen.”

Weer een andere factor die invloed heeft op dak- en thuisloosheid zijn problemen in de woningbouw. In Amsterdam zijn te weinig sociale huurwoningen en de wachttijden lopen op tot 15 jaar. “Ik begeleid onder anderen een trambestuurder en een kok. Deze mannen gaan na hun werk rechtstreeks door naar de nachtopvang.” Theo vertelt ook over een bouwvakker die is gescheiden van zijn vrouw. “Deze cliënt heeft honderden woningen helpen bouwen, maar heeft geen huis om zijn kinderen te ontvangen.

Verder ziet Theo het aantal thuisloze jongeren stijgen. Dat heeft te maken met de kostendelersnorm, die geldt voor volwassenen die een woning delen. Het aantal huisgenoten ouder dan 21 is namelijk van invloed op de hoogte van iemands bijstandsuitkering. In de praktijk verlaten kinderen die 21 jaar worden daarom vaak het huis. Wanneer ze geen kamer vinden, komen ze al snel op straat te staan. “Hoe mooi zou het zijn als een bijstandsgerechtigde een kamer mag verhuren aan een economische dakloze. De een verdient een extra zakcentje en de ander heeft een plek om zijn zaken op orde te krijgen.”

In contact treden met de Koffiets

Als cliëntondersteuner verricht Theo ook veldwerk. Hij zoekt daklozen op in parken en bij andere populaire ‘hangplekken’. Hij beantwoordt vragen en schakelt direct hulporganisaties in als de situatie daarom vraagt. Laatst raakte hij aan de praat met een groep daklozen. Op de vraag of iemand wat nodig had, kreeg hij een gevat antwoord. ‘Sushi vind ik wel lekker, maar een bamischijf mag ook!’ Het is gelukkig niet alleen maar kommer en kwel. Integendeel! Dak- en thuislozen zijn vaak in voor een geintje.

theo1

Theo is niet alleen actief voor de Daklozenvakbond. Wekelijk maakt hij een ronde door Amsterdam op de Koffiets. Met deze elektrische bakfiets fietst hij langs plekken waar zich daklozen ophouden. “We bieden een kop koffie en een broodje aan. In de zomer hadden we ook verkoelende ijsjes bij ons.’

De Koffiets is een project van de Protestantse Diaconie Amsterdam. “Het is helemaal niet evangelisch van aard. Zelf probeer ik de Daklozenvakbond ook niet te verkopen als ik met de bakfiets onderweg ben. De Koffiets is een project om daklozen te integreren in het Amsterdamse straatbeeld. Een middel om in contact te komen en om daklozen een stem te geven.”

“De Koffiets is een middel om Amsterdamse daklozen te integreren in het straatbeeld.”

Theo vertelt dat hij graag een gesprekje aanknoopt met een dakloze om te vragen hoe zijn dag is. “Ik hoop dat Amsterdammers dat zien en ons voorbeeld volgen. Ze horen er gewoon bij!” Om die reden nemen de vrijwilligers van de Koffiets vaak stadsgenoten mee. “Het liefst nodig ik iemand twee keer uit, want we gaan geen aapjes kijken.” Theo heeft bijvoorbeeld mensen uit zijn kennissenkring mee genomen. “We zoeken ook contact met mensen uit een compleet andere omgeving. Zo zou ik graag eens met een handelaar van de Zuidas mijn rondje fietsen.”

Voor Theo is het belangrijk dat mensen hun vooroordelen over dakloosheid laten varen. Begin een praatje, ga werken in een soepkeuken, maak dakloosheid bespreekbaar. “Om die reden vind ik Sheltersuit zo’n mooi initiatief. De Sheltersuits en Shelterbags bieden comfort en zijn een goed middel om in contact te treden. Ik heb er al een aantal mogen uitreiken. Opkomen voor daklozen? Gewoon doen!”

Youp Meek

Youp Meek 3 november 2020

doorDDV

Wereld Daklozendag

Op zaterdag 10 oktober is het Wereld Daklozendag. De Straatalliantie wil op deze dag haar ernstige zorgen uiten over de grote toename en situatie van dak- en thuisloze mensen in Amsterdam. De COVID-19 crisis heeft zichtbaar gemaakt hoezeer het hebben van een eigen veilig thuis een fundamentele basisbehoefte is. Ook heeft deze crisis zichtbaar gemaakt hoeveel dakloosheid er is in Amsterdam, terwijl de verwachting is dat deze alleen maar zal groeien als resultaat van de economische impact van deze gezondheidscrisis. Nu is het moment om met structurele en radicale oplossingen te komen om dakloosheid te voorkomen en uit te bannen. De basis daarvan is: een eigen thuis! Van daaruit kan eventuele andere ondersteuning worden geboden.

De Straatalliantie wordt gevormd door de Belangenvereniging Druggebruikers MDHG, de Daklozenvakbond en Bureau straatjurist. Dagelijks zien wij hoe groot het probleem is en wat voor enorme impact dak- en thuisloosheidsproblematiek heeft. Wij zien het aantal mensen dat te maken heeft met deze problematiek steeds meer toenemen en dat zal het voorlopig nog blijven doen.

Tijdens de zogenaamde eerste COVID-19 golf werd –uiteindelijk– alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de meeste dak- en thuisloze mensen tijdelijk noodopvang konden krijgen in onder andere sporthallen. In totaal werden er 825 extra daklozen opgevangen. Mensen die eerder onzichtbaar waren of niet in aanmerking kwamen voor opvang vanwege allerlei eisen waren opeens in beeld. Helaas betekende de versoepelingen van de maatregelen in juli ook het sluiten van de meeste noodopvangplekken. Hierdoor verdwenen veel mensen uit beeld. Ondenkbaar als je kijkt naar de toestroom van nieuwe dak- en thuisloze mensen als gevolg van de COVID-19 crisis.

Kortetermijnoplossingen gericht op het tijdelijk aanbieden van opvang kunnen een kortdurend positief effect hebben, maar zonder een radicaal andere aanpak gericht op duurzame verandering zal de situatie alleen maar verergeren en blijven we achter de feiten aan lopen. Dit signaleerden we, als Straatalliantie, al eerder en signaleren we nu met hernieuwde urgentie opnieuw.

We zien dat kortetermijnoplossingen, zoals de tijdelijke opvang in sporthallen en een schaars aantal hotelkamers, onvoldoende lijken bij te dragen aan het besef dat er langetermijnoplossingen nodig zijn en dat dit een radicaal andere aanpak vergt dan voor de COVID-19 crisis. Die aanpak faalde opzichtig en zal ook nu –zeker nu– onvoldoende zijn.  Voor deze crisis was namelijk al sprake van een grote stijging, steeds langere wachtlijsten voor de maatschappelijke opvang en een haperende doorstroom naar een eigen woning.

We zien dat de gemeente een langetermijnplan tracht te ontwikkelen, mede aan de hand van de eenmalige bijdrage van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. We hopen hier een constructieve bijdrage aan te kunnen leveren, met en voor mensen die kampen met dak- en thuisloosheidsproblematiek. Daarbij is het uitgangspunt dat het langetermijnplan moet gelden voor alle mensen die (dreigend) dak- en thuisloos zijn en in grote mate ook moet bijdragen aan voorkoming van dakloosheid. Dat betekent meer betaalbare huisvesting, meer 24-uurs opvang en meer permanente nachtopvang. Daarnaast is voldoende onafhankelijke cliëntondersteuning noodzakelijk. Structurele oplossingen in beleid en regelgeving mogen niet geschuwd worden. Voorbeelden zijn het opschorten van de kostendelersnorm en het stoppen met het gebruik van het zelfredzaamheidscriterium als uitsluitingsgrond voor ondersteuning en huisvesting. Bovendien is dakloosheid altijd in ieder geval een huisvestingsprobleem en niet altijd een zorgprobleem. Dit betekent dat een duurzaam plan op z’n minst een gedeelde verantwoordelijkheid is voor wonen en zorg.

De Straatalliantie bestaat uit de Belangenvereniging Druggebruikers MDHG, De Daklozenvakbond en Bureau straatjurist.

 

 

 

 

doorDDV

Mondkapjes verplicht

Voor onze bezoekers geldt vanaf 29 september 2020 dat u het dringende advies krijgt om een mondkapje te dragen. Als u dit niet doet kunnen we u de toegang weigeren.