Amsterdamse winteropvang 2019-2020

Amsterdamse winteropvang 2019-2020


Je mag in de opvang verblijven als je in kwetsbare omstandigheden buiten leeft met binding met Amsterdam of ongedocumenteerd bent met toestemming verblijf door het vreemdelingenloket. In deze winter was de opvang open gedurende 115 nachten, van 15/16; 21/22 en 30 november en de periode van 1 december 2019 t/m 19 maart 2020 en 15/16. In totaal was gedurende 8 periodes en 27 dagen de winterkoude regeling van kracht. Vanaf 20 maart met covid19-beleid noodzakelijk. De opvang in het kader van de covid-19 pandemie is geëindigd op 1 augustus 2020.

Aantallen en kenmerken van de bezoekers:

  • Gedurende de periode van 115 nachten hebben 1365 personen gebruik gemaakt van de winteropvang.
  • Gemiddeld 260 bezoekers per nacht en wekelijks circa 60 nieuwe bezoekers in beeld.Slechts weinig mensen verbleven er onafgebroken. 50% verbleef er minder dan 10 nachten, 5% van de bezoekers verbleef er 90 nachten of meer.
  • Hoewel 84% van de bezoekers van dit jaar tijdens de vorige winter (2018/19) geen gebruik maakte van de winteropvang, wijken de demografische kenmerken: (89%) mannen, de gemiddelde leeftijd was 38 jaar en 32% had de Nederlandse nationaliteit.
  • Het aandeel bezoekers uit landen buiten de EU ( 33%) was evenals vorig jaar hoog ten opzichte van jaren daarvoor.
  • De jongste groep (< 25 jaar) bestond in meerderheid uit mensen met een nationaliteit van buiten de EU.
  • De helft van de bezoekers had in het geheel geen bron van inkomsten.
  • Bij ongeveer 42% werd bij de aanmelding (eerste screening) op de Jan van Galenstraat een probleem op het domein psychiatrie of verslaving vermoed.

Evenals vorig jaar werd in de eerste 2 weken van verblijf een tweede screening uitgevoerd om te bepalen
of de bezoeker langer in de winteropvang kan verblijven of dat het verblijf beëindigd werd omdat de
persoon niet tot de doelgroep voor de doorlopende winteropvang behoorde.
Bij een derde van de bezoekers is een tweede screening geregistreerd. Bij 177 (13%) van de bezoekers
werd het verblijf beëindigd. Mensen die ‘einde verblijf’ kregen waren over het algemeen vaker man, vaker
EU burger en bij hen was, in vergelijking met de groep die toestemming kreeg voor langer verblijf, minder
vaak sprake van psychiatrie of verslaving. 17% van de bezoekers verbleef langer dan 14
dagen in de winteropvang zonder tweede screening. Bijna de helft van de bezoekers had geen tweede screening maar verbleef ook slechts kort in de opvang. Zonder het beëindigen van het verblijf na de tweede screening van een deel van de bezoekers zou het gemiddeld aantal bezoekers per nacht naar schatting 15% hoger liggen en 298 bezoekers bedragen.

Wat vinden bezoekers er zelf van?
Naast de analyse van de registraties zijn semigestructureerde interviews uitgevoerd met 24
mensen. Met twaalf van hen is tenminste een maand later nogmaals gesproken om te bekijken hoe zij het verblijf in de winteropvang ervaren hebben. Daarnaast is twee maal een bezoekersbijeenkomst bijgewoond en is er met hulpverleners en belangenorganisaties gesproken over de winteropvang.
Bevindingen:

  • Bezoekers melden zich overwegend bij de winteropvang omdat zij geen andere optie meer hebben. Zij kunnen niet meer in hun netwerk terecht, hebben geen geld (meer) voor een hostel en het is te koud of te nat om buiten te slapen. De winteropvang voelt voor deze mensen als een laatste redmiddel. Als zij een andere plek tot hun beschikking hadden, zouden ze daar voor kiezen.
  • De achterliggende problemen zijn divers en soms ook de oorzaak van het verlies van huisvesting. Het betrof bijvoorbeeld de EU arbeidsmigrant die door gezondheidsproblemen zijn baan en de daaraan gekoppelde huisvesting verloor. Of de man die eerst zijn baan verloor, relatieproblemen kreeg en uiteindelijk het huis uit ging. Ook een periode van detentie waarin de huur opgezegd werd of conflicten met de hulpverlening leidend tot beëindiging van een begeleid wonen traject, werden genoemd. Soms komen mensen na een omzwerving door verschillende landen min of meer bij toeval in Amsterdam aan.
  • De belangrijkste verwachting en directe behoefte van de bezoekers van de winteropvang is simpelweg een bed om in te slapen en uit te rusten.

Wat gaat er goed?

  • Bezoekers zijn positief over de medewerkers, de beveiliging, de bedden en het eten.
  • Op grote lijnen waren de bezoekers en professionals positief over de wijze waarop de winteropvang dit jaar is uitgevoerd.
  • Bezoekers waren vaak dankbaar voor het aanbod dat zij kregen en de medewerkers waren positief over het gebouw aan de transformator weg.
  • Er was veel lof over de kwaliteit van het eten en de beveiliging. De winteropvang geeft voor politie, vangnet, veldwerk de zekerheid dat zij mensen die zij tijdens hun werk tegenkomen, en die dringend onderdak nodig hebben, ook een plek kunnen bieden.
  • Er zijn mensen die stappen hebben gezet; ze hebben een uitkering aangevraagd, een woning gezocht of zelfs gevonden. Sommige respondenten gaven aan meer rust te hebben in hun hoofd en duidelijkere ideeën te hebben over de stappen die ze willen zetten om een huis of een baan te vinden.
  • De winteropvang geeft aan mensen die dakloos zijn de mogelijkheid om enigszins tot rust te komen en daarmee beter overwogen beslissingen te maken over hoe verder. Hierdoor kunnen mensen ook meer open staan voor repatriëring.

Wat kan beter?

  • Mensen storen zich met name aan het gedrag van medebezoekers, die soms luidruchtig zijn en troep maken. Elkaar aanspreken is daarbij moeilijk vanwege taalproblemen en gevoelens van onveiligheid.
  • Daarnaast valt het sommige bezoekers zwaar om telkens weer hun bagage mee te moeten nemen en vroeg in de ochtend in weer en wind weer naar buiten te moeten gaan.
  • Sommige respondenten zijn uit zichzelf weer vertrokken, anderen moesten weg zonder dat het hen duidelijk was waarom.
  • Hoewel sommigen aangaven in de winteropvang extra hulpverlening te hebben gehad van de Regenboog Groep of het Leger des Heils, geven de meesten aan geen extra hulp ontvangen te hebben en/of hier niet om gevraagd te hebben.
  • Uitbreiding capaciteit voor verdiepende tweede screening. Zeker in de beginperiode met veel nieuwe bezoekers was het niet mogelijk om bij iedereen een tweede verdiepende screening uit te voeren. Een uitbreiding van de capaciteit om de (tweede) screening te verrichten en de inzet van (meer) medewerkers van veldwerk die kennis hebben van de sociale kaart zou een verbetering zijn.
  • Bagage achterlaten. Het dagelijks mee moeten nemen van de bagage is een jaarlijks terugkerend punt van kritiek en kost de medewerkers ook veel tijd en discussie. Een systeem van kluisjes in zelfbeheer zou overwogen moeten worden.
  • Tijdstip uitchecken ’s ochtends. Tijdens de winteropvang moest iedereen om 09:30 het pand verlaten hebben en waren er meerdere wek rondes om dit voor elkaar te krijgen. Tijdens de Covid-19 pandemie verlieten mensen geleidelijk het pand totdat dit om 11:30 leeg was en was er slechts een controle ronde om te kijken of iedereen is opgestaan. Dit geeft meer rust en mensen waren beter uitgeslapen.
  • Medische hulp: medewerkers van de opvang kregen veel vragen over medische klachten maar voor hen was het moeilijk de ernst en urgentie hiervan in te schatten. Ondersteuning hierbij door een verpleegkundige die een vinger aan de pols kan houden en zorgmijders kan motiveren om (evt. met hulp van veldwerk) naar het spreekuur van de huisarts op de GGD (dr. Valckenier) te gaan, zou hier welkom zijn.

Veiligheid van vrouwen

Bij de gesprekken met de professionals is gevraagd naar signalen van onveiligheid bij vrouwen. Daaruit kwamen geen structurele problemen naar voren. Al blijkt ook uit de interviews dat vrouwen zich in de gemeenschappelijke ruimten (entree, eetzaal) tussen de mannen niet altijd op hun gemak voelden. Vrouwen hadden een aparte vleugel maar deelden de ingang en eetzaal met de mannen.

Met het toenemen van het aantal vrouwen en de noodzaak van spreiding van de bezoekers in verband met het risico op Covid-19 werd er een aparte extra etage met eigen ingang en eigen gemeenschappelijke ruimte in gebruik genomen. Volgens hulpverleners werd dit op prijs gesteld door de vrouwen en maakten ze daarna ook vaker gebruik van deze gemeenschappelijke ruimten.

Beschikbaarheid nachtopvang

De reguliere nachtopvang Gastenburgh (LdH), Zuiderburgh (LdH), Poeldijkstraat (HVO/Querido) voor kwetsbare dakloze mensen heeft weliswaar een capaciteit van 174 bedden maar door de lage uit- c.q. doorstroom kwamen wekelijks gemiddeld slechts zeven bedden beschikbaar voor nieuwe mensen. voor kwetsbare mensen. Dit blijkt onvoldoende om aan de vraag voor nachtopvang te voldoen.

Hoeveel mensen van de wachtlijst MO/BW maakten gebruik van de winteropvang 2019/2020?

44 of 4% van de ruim duizend mensen die op 15 nov. 2019 op de wachtlijst voor een MO/BW voorziening stonden zonder dat zij op dat moment gebruik maakten van een verblijfsvoorziening7 hebben gebruik gemaakt van de winteropvang 2019/2020. Enerzijds is dit een bevestiging dat het grootste deel van de mensen die op de wachtlijst staan niet afhankelijk zijn van de winter opvang. Anderzijds een indicatie dat, ook al zou de wachtlijst geheel weggewerkt worden, de vraag naar winter(koude)opvang zal blijven bestaan.

Ondanks de winteropvang overschrijdt de vraag naar onderdak bij het Stoelenproject het aanbod; ook tijdens de winteropvang vragen tijdens het uitdelen van de bonnen voor overnachting gemiddeld 80 mensen om de 50 beschikbare plekken.

Slapen er nog mensen buiten ondanks de winterkoude opvang?

Tijdens de winterkoude regeling in februari 2020 werd op één dag aan bezoekers van de inloophuizen (van de Regenboog Groep?) gevraagd of zij de afgelopen nacht buiten hadden geslapen. Er waren 157 bezoekers die hier bevestigend op antwoorden. Dat waren er weliswaar minder dan in november 2019 maar meer dan vorig jaar in februari 2019 (76) toen dezelfde vraag in februari ten tijde van de winterkoude regeling gesteld werd. Dit is een indicatie van een toenemend aantal mensen dat in Amsterdam buiten slaapt. Redenen die door deze buitenslapers genoemd werden om niet van de winteropvang gebruik te maken waren o.a. de massaliteit, de onrustige sfeer en de afstand/bereikbaarheid van de winteropvang. Daarnaast wisten sommige mensen die eerder uit de opvang moesten vertrekken niet dat zij tijdens de winterkoude regeling wel weer gebruik van de winteropvang konden maken.

Over de auteur

DDV administrator