Schrijvers archief DDV

doorDDV

WOON protest

De Daklozenvakbond is partij in het landelijke WOON protest. Mogen wonen en kunnen wonen is een van onze speerpunten. Kunnen wonen voorkomt veel (dreigende) dakloosheid. Daarbij geeft het mensen veiligheid, kansen en kost het ook de samenleving nog eens veel minder geld. We begrijpen simpelweg niet waarom het woonrecht, een basaal mensenrecht in ons land niet goed geregeld is.

doorDDV

Ook de daklozenopvang keert weer terug naar het ‘oude normaal’

Dit artikel van Joline Cramer van Argos verdiend alle aandacht, klik hier door naar hun site of lees de tekst hier.

Tijdens de lockdown vingen gemeenten dak- en thuislozen ruimhartig op. Nu die noodopvang dicht is, moeten mensen weer vechten om schaarse opvangplekken. En vallen gemeenten terug op een controversieel selectiebeleid.

In Amsterdam is buiten slapen gratis. Tenzij je een agent of handhaver treft. Dan kan een nachtje slapen onder een boom 159 euro kosten, zegt sociaal juridisch dienstverlener Jolijn van Tongeren cynisch. In een knalrood piccolopak met gouden knopen deelt ze folders uit aan passerende mensen. ‘So… English?’, vraagt ze aan een man met een donkere baard en zwarte jas. De man antwoordt: ‘Yes.’ Of hij weet dat de Amsterdamse noodopvang sluit? Dat weet de man wel. ‘I already live under a tree.’

Het is maandag 31 mei. In het Amsterdamse Vondelpark voert de Straatalliantie – een samenwerkingsverband van De Daklozenvakbond, de Belangenvereniging Druggebruikers MDHG en Bureau Straatjurist – actie tegen de sluiting van de noodopvang. Onder de noemer ‘Hotel Buitenlucht’ begeleiden hulpverleners in piccolo kleren belangstellenden naar hun ‘kamer’ in de bosjes, onder een brug of boom.

Voor dak- en thuislozen kan het contrast niet groter. Tijdens de lange lockdown riep het Rijk gemeenten op om iedereen die erom vroeg een slaapplek te geven. In Amsterdam werden veel daklozen opgevangen in hostels en hotels, vertelt Van Tongeren. Het gaat om ruim tweehonderd mensen. Die staan sinds 2 juni op straat. Ze wijst naar een gebouw in de verte. ‘Hier in het Stayokay-hostel zitten ook nog een hoop mensen, ik geloof nu negentig, in kamers waarvoor deze mensen ongeveer 450 euro per maand betalen. Dat zal ook stoppen nu het toerisme weer aantrekt.’

Van Tongeren en haar collega Willemijn de Nooijer van Bureau Straatjurist geven juridische ondersteuning aan dak- en thuislozen in Amsterdam. Nu de noodopvang stopt, vallen gemeenten terug op hun oude procedures. Dat betekent dat ze selectief zijn in wie ze opvangen, zeker in de grote steden.

Van Tongeren noemt als voorbeeld de voorwaarden die de gemeente Amsterdam stelt aan het krijgen van hulp. Mensen die niet aan die eisen voldoen, vallen buiten de boot. In de praktijk worden dak- en thuislozen zonder psychiatrische- of verslavingsproblematiek vrijwel per definitie ‘zelfredzaam’ verklaard, legt Van Tongeren uit: ‘Dat betekent dat iemand die geen netwerk heeft, buiten slaapt en schulden heeft, eigenlijk al heel snel door de gemeente wordt weggestuurd. Zoek het maar uit.’

Zelfredzaam

Ook Joris Sprakel van Fischer Advocaten ziet al jarenlang dat mensen uit de opvang worden geweerd, omdat ze niet aan toegangseisen voldoen. Ze komen bijvoorbeeld niet uit de regio of zijn volgens de gemeente nog goed genoeg in staat om hun eigen boontjes te doppen. Op dit moment staat hij een moeder van drie kinderen bij. ‘Ze was haar baan verloren vanwege Brexit en kwam terug naar de stad waar ze zelf zestien jaar woonde en haar moeder en broer nog steeds.’ Sprakel zorgde voor een plek in de crisisopvang. Daar zitten de moeder en haar kinderen – de oudste is acht, de middelste drie en een baby geboren in de opvang – al bijna twee jaar. Op dit moment slapen ze in een kamer in een soort easyHotel, zonder uitzicht op een vervolgtraject: begeleid wonen bijvoorbeeld. Zowel het maatschappelijk werk als een organisatie die gezinnen met problemen ondersteunt, vinden dat de vrouw niet zelfredzaam is. Toch krijgt het gezin geen langdurig opvangtraject van de gemeente. ‘Hun conclusie is: ze is zelfredzaam.

luister ook Brief aan de informateur: meer woningen nodig voor dak- en thuislozen. Gemeenten bouwen nog steeds onvoldoende woonplekken voor dak- en thuislozen, terwijl het Rijk daarvoor wel miljoenen uittrok. Dat blijkt uit een rondgang van ‘boegbeelden’ Bert Frings en Leen van Dijke langs gemeentes en woningbouwcorporaties. Zij werden aangesteld door Paul Blokhuis, nadat hij afgelopen jaar 200 miljoen euro vrijmaakte om het aantal dak- en thuislozen tegen te gaan.

Het toegangsbeleid is de afgelopen jaren meermaals ter discussie gesteld. Bijna tien jaar geleden, in 2012, diende Sprakel namens FEANTSA – de Europese koepel voor maatschappelijke opvangorganisaties – een klacht in bij het Europees Comité voor Sociale Rechten. Dat ziet erop toe of lidstaten rechten naleven die in het Europees Sociaal Handvest staan, een verdrag waarin onder meer het recht op huisvesting en stakingsrecht zijn vastgelegd.

Een veelgebruikt argument om mensen opvang te weigeren was ‘regiobinding’. Om in aanmerking te komen voor opvang, moesten dak- en thuislozen bijvoorbeeld aantonen dat ze in de afgelopen twee of drie jaar ingeschreven stonden bij de gemeenten waar ze voor hulp aanklopten. De klacht ging er onder meer over dat Nederland mensen buitensluit door dit toelatingscriterium te stellen. Het Europees Comité maakte daar korte metten mee, vertelt Sprakel. ‘Dat besliste in feite: je moet eigenlijk alleen maar kijken naar nood. Is iemand daadwerkelijk dakloos op dit moment: ja of nee? Als het antwoord daarop ‘ja’ is dan moet je opvang bieden. Vervolgens kun je eventueel kijken of iemand ergens anders beter geholpen kan worden.’

Bovenwettelijke eisen

Dat gemeenten desondanks toch ‘bovenwettelijke’ eisen stellen aan de opvang van dak- en thuislozen is hulpverleners al jaren een doorn in het oog. Tussen 2013 en 2018 verschenen maar liefst vier Trimbos-onderzoeken naar de toegankelijkheid van de opvang, waaruit telkens bleek dat gemeenten eisen stellen die niet in de wet staan, zoals regiobinding. In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 staat namelijk niet dat iemand in een bepaalde plaats gewoond moet hebben om in aanmerking te komen voor opvang. Integendeel, zoals het ministerie telkens weer benadrukt: ‘De gedachte achter deze wettelijke bepaling is dat het voor mensen in nood niet moet uitmaken bij welke gemeente zij aankloppen; in alle gevallen moet de veilige opvang worden geborgd. De aangesproken gemeente regelt waar nodig een opvangplaats (in de eigen gemeente of bij een andere gemeente).’

Een nieuw convenant met ‘model beleidregels’ moest voor eens en voor altijd duidelijkheid scheppen. Het grootste deel van de 43 centrumgemeenten – die verantwoordelijk zijn voor de aanpak van dakloosheid in hun regio – heeft dat pakket aan afspraken ook getekend. Echter, uit onderzoek van accountants- en adviesorganisatie KPMG eind vorig jaar bleek dat slechts 29 centrumgemeenten dat beleid daadwerkelijk hebben ingevoerd.

Amsterdam tekende het convenant niet. Verantwoordelijk wethouder Simone Kukenheim zegt wel achter de ‘intentie en uitgangspunten’ te staan, maar alle mensen die zich melden direct opvangen en perspectief bieden, kan zij niet waarmaken.

Kukenheim benadrukt dat als iemand ‘super kwetsbaar is en in crisis’, ze natuurlijk voor een opvangplek zorgt. Voor mensen die geen zorg nodig hebben, beschikt Amsterdam over zogeheten ‘passantenpensions’: speciale plekken voor mensen die enkel een dak boven hun hoofd missen. ‘Dat soort voorzieningen zijn heel belangrijk om te voorkomen dat mensen uiteindelijk echt in de maatschappelijke opvang terechtkomen.’

Maar ruimhartiger opvangen dan nu reeds gebeurt, is volgens Kukenheim niet mogelijk. Volgens de wethouder maakten de afgelopen periode bijna zeshonderd mensen gebruik van de coronanoodopvang. ‘Ik geloof dat de andere steden nog niet eens de helft hadden. Dat is de schaal waar we het over hebben.’ Kukenheim signaleert een ‘trek naar de grote stad’. ‘Dat is niet erg en dat kunnen we ook aan, maar niet in de mate waarop we dat nu zien gebeuren.’

Momenteel staan 1198 mensen op de wachtlijst voor een maatschappelijk opvangtraject in Amsterdam. Die mensen moeten uiteindelijk allemaal gehuisvest worden. Door de krapte op de woningmarkt en het grote tekort aan sociale huurwoningen in Amsterdam lukt dat nauwelijks, benadrukt de wethouder. ‘Onze woningmarkt is heel ontoegankelijk. Zeker voor mensen die hier niks hebben opgebouwd.’ Daarom onderzoekt de gemeente of iemand wel het beste af is in Amsterdam, als uit een eerste toetsing is gebleken dat opvang inderdaad noodzakelijk is. Kukenheim: ‘Het is slimmer om maatschappelijke opvang te organiseren daar waar jij bijvoorbeeld al je netwerk hebt en waar de woningmarkt er anders uitziet. Dan heb je veel meer perspectief.’

Moeizaam

Toch gaat de toegangsprocedure volgens de Amsterdamse straatjuristen niet altijd zo zorgvuldig. Regelmatig ontvangen zij klachten van mensen die bij de gemeente een aanvraag doen voor opvang, maar worden weggestuurd na een blik op hun geregistreerde woongeschiedenis. ‘Wij krijgen geregeld te horen dat iemand die zich voor opvang meldt het niet eens lukt om een volledige screening te krijgen. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn die nog ingeschreven staat in een andere gemeente, maar daar niet meer verblijft.’

Als mensen wel recht op maatschappelijke opvang hebben, maar daar in Amsterdam geen toegang toe krijgen, moet de gemeente in ieder geval zorgen voor hulp in een andere gemeente. Dat heet een ‘warme overdracht’. Maar ook dat gebeurt vaak niet, zeggen de straatjuristen. ‘Gemeenten stemmen onderling niet of nauwelijks met elkaar af en gezamenlijke verantwoordelijkheid is ver te zoeken. Daar is door, bijvoorbeeld Bureau Straatjurist, echt bemiddeling voor nodig. Mensen, ook gezinnen, zijn helaas de dupe van deze werkwijze.’

Wethouder Kukenheim erkent dat de samenwerking met andere gemeenten stroef verloopt. Zij zou graag zien dat gemeenten een ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’ krijgen voor de opvang van dak- en thuislozen met ruimte voor maatwerk. Zo pleit Amsterdam al jarenlang voor het in de wet opnemen van het woonplaatsbeginsel. Dat houdt in dat de gemeente waar een dak- of thuisloze het laatst heeft gewoond, verantwoordelijk is voor opvang en het begeleiden naar huisvesting. Volgens Kukenheim is het nu moeilijk om überhaupt het gesprek met andere gemeenten aan te gaan over waar iemand het beste geholpen kan worden. ‘Veel gemeenten kijken toch: deze persoon heeft zich niet bij mij gemeld, dus is niet mijn probleem.’

Lees ook Gemeenten kunnen aanwas daklozen ‘niet meer behappen’. Niet eerder vrijgegeven gemeentelijke opgaven over dak- en thuislozen lezen als een brandbrief. Woningnood is de motor achter toenemende dakloosheid, waar ook steeds meer jongeren aan ten prooi vallen.

Het verhaal klinkt Esmé Wiegman van branchevereniging voor maatschappelijke opvang Valente bekend in de oren. ‘Mensen worden van het kastje naar de muur gestuurd. Ik hoor het vanuit de maatschappelijke opvang, maar ook vanuit de vrouwenopvang. Het is geen incident.’ Volgens Wiegman houden gemeentes zich al jaren niet aan de wet door toegangseisen aan de opvang voor dak- en thuislozen te stellen en bij weigering niet aan de ‘warme overdracht’ te voldoen. ‘In de wet staat bijvoorbeeld niet dat u de laatste drie jaar in Amsterdam moet hebben gewoond. Dit soort eisen zijn in strijd met de wet. De laatste vijf staatssecretarissen bevestigen dat.’

Wiegman begrijpt dat gemeenten, zeker grote zoals Amsterdam, veel op zich afkrijgen. ‘Het bedrag dat gemeenten voor maatschappelijke opvang krijgen, is de laatste tien jaar niet verhoogd. Maar dat is een ander gesprek en staat los van de plicht om mensen opvang te bieden.’ Gevraagd naar een oplossing voor dit hardnekkige probleem, zegt Wiegman: ‘Als mensen massaal naar de rechter stappen, kan die het uitleggen.’

Ontstoken voet

Terug naar ‘Hotel Buitenlucht’ in het Amsterdamse Vondelpark. Van Tongeren van Bureau Straatjurist vertelt dat mensen nu gemiddeld 2,5 tot 3 jaar op een plek in de maatschappelijke opvang wachten. ‘Ondertussen slaap je buiten.’

Net nog zag Van Tongeren een man in het Vondelpark. ‘Hij zat op een bankje, zag er onverzorgd uit en had een fles rode wijn in zijn hand. Van een collega hoorde ik dat hij een heel ontstoken voet heeft. We zijn echt bang dat hij niet haalt als hij buiten blijft slapen. Dan denk ik: waarom zit deze man niet binnen?’

Buitengesloten

Buitengesloten Het aantal dakloze jongeren is sinds 2009 meer dan verdrievoudigd. In diezelfde periode regende het ambitieuze plannen om zwerfjongeren van straat te krijgen. Er gaat dus iets mis, maar wat precies? Ook de daklozenopvang keert weer terug naar het ‘oude normaal’ Tijdens de lockdown vingen gemeenten dak- en thuislozen ruimhartig op. Nu die noodopvang dicht is, moeten mensen weer vechten om schaarse opvangplekken. En vallen gemeenten terug op een controversieel selectiebeleid. ‘Pas wet aan om dakloosheid te voorkomen’ Directeuren uit het sociaal domein mengen zich in de discussie over de kostendelersnorm. Volgens Divosa is een wetswijzing noodzakelijk om dakloosheid onder jongeren te voorkomen. ‘Het is een gigantisch probleem dat er zoveel dak- en thuislozen zijn en dat dit aantal maar blijft stijgen.’

alles over dit onderzoek meer

doorDDV

Wonen in een verlaten kantoor, oplossing voor daklozen?

Koffi in zijn tijdelijke woonruimte, het voormalige kantoor van Vluchtelingenwerk Nederland Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Koffi in zijn tijdelijke woonruimte, het voormalige kantoor van Vluchtelingenwerk Nederland Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Volkskrant Noël van Bemmel11 mei 2021, 18:03

In Amstelveen wonen ‘economisch daklozen’ – een snel groeiende groep in Nederland – in een leeg kantoor. Als de proef slaagt, komt er een landelijk vervolg. Er is wifi, een kookplaatje, en douchen kan in een omgebouwde wc naast de lift. Een verademing. ‘Het is heel rustig hier.’ Noël van Bemmel11 mei 2021, 18:03

De vloerbedekking is oranje, de TL-lampen onbarmhartig en de keuken een los kookplaatje op de gang; maar toch is de 32-jarige Koffi uit Ivoorkust superblij met zijn nieuwe woning. In een verlaten kantoorpand in Amstelveen, ingeklemd tussen de regiokantoren van Canon en Mitsubishi, komt de dakloze Koffi bij van een jarenlange tocht langs tijdelijke opvangplekken. Amstelveen loopt voorop in een landelijk experiment waarbij leegstaande kantoorpanden tijdelijk worden ingezet om iets te doen aan het groeiende leger van economisch daklozen in Nederland.

Zoals Koffi die als 17-jarige naar Nederland kwam, omdat zijn vader ‘problemen had met rebellen’. Hij werkte als krantenbezorger, volgde een mbo-opleiding horeca en vond een kamer tussen de vele studenten in Amstelveen. ‘Totdat mijn verblijfsvergunning werd ingetrokken omdat Ivoorkust veilig zou zijn. Alles viel weg: werk, opleiding, huis’, vertelt hij met zachte stem in zijn ruime kamer. Koffi belandde in de Bed, Bad, Brood-opvang en zag zijn leven tot stilstand komen. ‘Overdag wachtte ik in een park totdat ik om 4 uur weer naar binnen mocht om te douchen en te eten. Het was heel triest.’

Spaargeld

De Regenboog Groep, een stichting die al 45 jaar begeleiding biedt aan daklozen en diverse inloophuizen runt, schoof Koffi naar voren voor een experiment met leegstaande kantoorgebouwen. Daar is opeens geld voor, omdat staatssecretaris Blokhuis (Welzijn) afgelopen jaar 200 miljoen euro uittrok om dak- en thuislozen te helpen. Koffi kwam in aanmerking, omdat het een rustige klant is die inmiddels weer een verblijfsvergunning en een bijstandsuitkering heeft (lang verhaal). Sinds twee weken woont hij – ironisch genoeg – in kamer 201 van het voormalige kantoor van Vluchtelingenwerk Nederland: ruim (zes bij acht meter), warm (20 graden) en zakelijk (systeemplafonds, kabelgoten). Douchen kan in een omgebouwde wc naast de lift.

Het verlaten kantoorpand in Amstelveen waar daklozen een tijdelijke woning hebben. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Het verlaten kantoorpand in Amstelveen waar daklozen een tijdelijke woning hebben.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Verderop in het gebouw woont nog een 21-jarige Amstelvener die de ruzies thuis niet meer aankon, een 38-jarige veteraan die bij verschillende vrienden op de bank sliep en een 45-jarige vrouw die door corona haar baan verloor in het buitenland en terugkeerde met lege handen. Zij betalen ieder 290 euro per maand voor hun kamer; inclusief gas, elektra, water, internet en een gezamenlijke wasmachine. Dat typeert economisch daklozen: velen hebben nog een baan, of spaargeld, maar kunnen een huurwoning in de vrije sector (vanaf 1000 euro per maand) niet betalen. De wachttijd voor een sociale huurwoning in Amstelveen bedraagt momenteel 17 jaar.

‘Dit kan dus echt iedereen gebeuren’, zegt projectmanager Juul Gemmeke van De Regenboog Groep. ‘Je verliest je baan, je gaat scheiden, en opeens heb je geen huis meer.’ Het aantal daklozen in Nederland verdubbelde afgelopen tien jaar tot 40 duizend personen, blijkt uit CBS onderzoek uit 2018. Een groot deel daarvan is economisch dakloos. Het werkelijke cijfer ligt hoger, vermoedt Gemmeke, omdat veel mensen zich schamen aan te kloppen voor hulp. ‘Die slapen eerst in hun auto of op de bank bij vrienden.’

Landelijk platform

Leegstaande kantoorgebouwen zijn volgens haar een welkome optie. ‘Afgelopen jaar meldden zich 1100 economische daklozen bij De Regenboog in Amsterdam. We hebben er slechts 250 kunnen helpen, waarvan de helft in hotels die binnenkort weer overstappen op toeristen.’ Sommige Amsterdammers nemen tijdelijk een economisch dakloze in huis, voor pas gescheiden ouders zijn er sinds kort woongroepen (Parentshouses). ‘We zijn naarstig op zoek naar mensen die ruimte over hebben’, benadrukt de projectleider.

Je vraagt je af waarom niemand eerder naar lege kantoren heeft gekeken. De Regenboog Groep stelt eerder wel mailings te hebben verstuurd naar eigenaren, maar dat leverde weinig respons op. Wat nu anders is: adviesbureau Deloitte benadert op verzoek van de overheid de sector en bouwt een landelijk platform op (platformwoonplek.nl).

Volgens consultant Sven Bertens van JLL Vastgoedadvies staat 4,5 miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg in Nederland. Dat is ongeveer 8,5 procent van alle kantoorruimte, berekent hij. ‘Dat klinkt veel, maar 5 jaar geleden was dat nog 13 procent. Veel lege kantoren zijn al getransformeerd tot hotels of woningen.’ Bertens schat dat 5 procent leegstand nodig is voor een soepele marktwerking. ‘Er moet wel wat te kiezen blijven.’ Hij waarschuwt dat niet alle lege meters bruikbaar zijn voor tijdelijke bewoning. ‘Vaak staat alleen een verdieping of een vleugel leeg. Daar kun je niet zomaar daklozen in zetten.’

Het kantoor met spiegelramen in Amstelveen is eigendom van vastgoedinvesteerder Maarssen Groep die zich specialiseert in herontwikkeling van gebouwen. Die wil dit gebouw slopen voor woningbouw, maar leeg laten mag niet in Nederland (Leegstandwet). Dus verhuurt leegstandbeheerder Ad Hoc sommige ruimtes. ‘Dan moet je wel een opzegtermijn van 1 maand accepteren’, zegt accountmanager Niels Muller. In de praktijk zijn de bewoners volgens hem vaak studenten. ‘Er wonen veertien mensen in dit gebouw, waaronder vijf daklozen die door De Regenboog zijn geselecteerd.’

Netjes

Muller waarschuwt dat je lege kantoren niet kunt volproppen met bewoners. ‘Een bezoekende ambtenaar merkte meteen op dat veel kamers nog leeg staan.’ Amstelveen zoekt woonruimte voor 50 tot 150 economisch daklozen. ‘Ik heb uitgelegd dat de muren in kantoorgebouwen flinterdun zijn. Daarom laat ik altijd een ruimte tussen bewoners leeg.’ Hoe meer bewoners, stelt Muller, hoe meer gedoe tussen mensen, hoe hoger de kosten om de boel netjes te houden en hoe groter de kans op klachten uit de buurt. Ook Gemmeke van De Regenboog waarschuwt: ‘Het is wel de bedoeling dat onze klanten hier een jaar tot rust kunnen komen.’

Leegstandbeheerder Muller waagt zich desgevraagd aan een schatting: ‘Ik verwacht dat meer vastgoedeigenaren bereid zullen zijn iets te doen voor economisch daklozen. Dat is iets duurder dan antikraak vanwege de wifi, wasmachine en ingebouwde douches, maar daar staat tegenover dat veel investeerders best bereid zijn om maatschappelijk te ondernemen.’ Daar komt bij, stelt hij, dat vastgoedeigenaren gebaat zijn met een goede relatie met de gemeente. ‘Als de sector 200 panden geschikt maakt voor gemiddeld 7 daklozen, heb je toch weer 1400 man tijdelijk onder dak.’

‘Het is heel rustig hier’, zegt Koffi die zijn hele kantoorverdieping deelt met twee andere daklozen. Een groot verschil met overvolle opvanghuizen met stapelbedden elders in de stad. Hij wijst naar een stapel gele Jumbotassen naast de deur. ‘Ik wacht alleen nog op een klerenkast.’ Hij mag een jaar blijven en zijn begeleiders hopen dat hij ondertussen een baan vindt en een eigen woning. ‘Ik wil weer gaan werken en voor mijn kinderen zorgen.’

doorDDV

Na jarenlange stijging nu minder daklozen, vooral afname onder jongeren

Er is een einde gekomen aan de jarenlange stijging van het aantal daklozen in Nederland. In januari 2020 waren er naar schatting 36.000 daklozen, tegen 39.000 in 2018, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De oorzaak van de daling is niet onderzocht. “We hebben wel gezien dat er vanuit de overheid beleid is gekomen om de stijgende aantallen tegen te gaan, dus het is plausibel om aan te nemen dat dit beleid z’n vruchten afwerpt”, zegt Tanja Traag van het CBS.

Vooral het aantal jonge daklozen (van 18 tot 27 jaar) is gedaald. Begin 2020 waren dat er naar schatting 8500, zo’n tweeduizend minder dan in 2016.

Het aandeel daklozen met een niet-westerse migratieachtergrond nam wel toe. In 2009 vormden zij 36 procent van alle daklozen, begin 2020 was dat toegenomen tot de helft. Dat betekent bijna een verdriedubbeling, van 6500 naar 18.300. Van de jonge daklozen had 58 procent een niet-westerse migratieachtergrond.

Daklozen met een westerse migratieachtergrond maken 10 procent uit van de totale groep. Dat percentage is sinds 2009 stabiel.

Projecten dankzij extra geld

Het kabinet heeft 200 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de aanpak van de dak- en thuislozenproblematiek in 2020 en 2021. Met dat geld zijn allerlei projecten gestart.

Een van die pilots is Project010 in Rotterdam. Het project is gebaseerd op het tv-programma Het Rotterdam Project waarin presentator Beau van Erven Dorens met een team van begeleiders vijf dak- en thuisloze Rotterdammers op sleeptouw nam.

Jongeren die aan dit project meedoen krijgen een woning, een netwerk van begeleiders en een budget dat ze kunnen besteden aan het inrichten van hun woning en het afbetalen van kleine schulden.

We spraken één van die jongeren, die niet herkenbaar haar verhaal wilde doen: Ze was 20, zwanger en raakte dakloos

De cijfers van het CBS over dak- en thuislozen zijn van net voor het uitbreken van de coronacrisis. Wat het effect is van de pandemie op het aantal daklozen in Nederland moet nog worden onderzocht.

doorDDV

Stop armoede en dakloosheid: de kostendelersnorm uit de wet!

‘Meer armoede en veel ellende’

De kostendelersnorm zorgt ervoor dat mensen die met elkaar in een huis wonen gekort worden op de bijstand die zij ontvangen. Ongeveer 10% van de bijstandsgerechtigden, zo’n 41.600 (cijfers 2019) hebben te maken met de kostendelersnorm. FNV vicevoorzitter Kitty Jong: ‘De kostendelersnorm leidt tot meer armoede en veel ellende. Zo zijn er ouders die hun meerderjarige kind vragen uit huis te gaan, omdat zij dan niet meer gekort worden. Mensen die uit huis worden gezet kunnen niet terugvallen op een slaapplek bij vrienden met een bijstandsuitkering, want die worden dan financieel gestraft. En je ouders in huis nemen is ook lastig, want ook dan krijg je ermee te maken.’

Woonlasten niet meer te betalen

Recentelijk nog bracht het NIBUD een rapport uit waaruit bleek dat de woonlasten voor mensen met een uitkering niet meer op te brengen zijn. Kitty Jong: ‘Het mag duidelijk zijn dat de kostendelersnorm daarbij niet helpt. De kostendelersnorm moet uit de wet en daar sluiten PvdA, GroenLinks SP en Bij1 zich nu bij aan.’

Op naar de 10.000 handtekeningen

De petitie om de kostendelersnorm uit de wet te krijgen willen we in april bij het nieuwe kabinet aanbieden. Hoe meer handtekening, hoe beter. De teller staat nu op ruim 7.000. Help mee aan de 10.000 handtekeningen?

Teken de petitie van de FNV

doorDDV

Max promoveert op zelfbeheer!

Voor de geïnteresseerden. Max Huber zijn promotie komt steeds dichter bij, vandaag een artikel op @socialevraagstukken, vrijdag een interview op de website van @HVO_Querido, woensdag symposium en verdediging.

Zelfbeheer in daklozenopvang gaat niet vanzelf

Toen hij in 2009 gevraagd werd om onderzoek te gaan doen naar een zelfbeheerde opvang, was zijn eerste gedachte: zelfbeheer door daklozen, dat wordt toch een grote rotzooi? Max Huber promoveert op 10 maart met zijn onderzoek naar de zelfbeheerde opvang Je Eigen Stek, en reflecteert op de opgedane inzichten.

Met enige schaamte schrijf ik nu over mijn vooringenomenheid toen. Al troost het me, dat ik in de loop der tijd met velen heb gesproken die een soortgelijke gedachte over de onmogelijkheid van een daklozenopvang in zelfbeheer hadden. Het korte antwoord op de vraag uit de intro, na ruim tien jaar onderzoek naar zelfbeheer, is: nee, dat wordt geen rotzooi. Het is vaak ingewikkeld, dat wel, maar het levert vooral veel op.

Het grootste deel van mijn onderzoek heb ik gedaan bij en met Je Eigen Stek (JES), een zelfbeheerde opvang die in 2007 is gestart, geïnspireerd door vergelijkbare zelfbeheerde opvang in Nijmegen (NuNN) en Utrecht (NoiZ). JES is opgezet door een groep daklozen die ontevreden was over de reguliere opvang, ondersteund door sociaal werkers en bestuurders van HVO-Querido. De initiatiefnemers misten in de opvang ruimte om op hun eigen manier aan de beëindiging van hun dakloosheid te werken. ‘Wij kunnen het beter’, was (en is) de claim van bewoners.

In de vele tientallen gesprekken die ik gevoerd heb met en over JES en andere voorzieningen, kwam bijna altijd de vraag voorbij: wat is zelfbeheer? Betekent dat zelf doen, zelf besluiten? Doe je dat zelf, of samen? En mag je daar als niet-bewoner wat van vinden, of gaat dat in tegen zelfbeheer? Net zoals we door het hele land gesprekken voeren over: wat is eigen kracht, zelfredzaamheid?

Misverstanden over zelfbeheer

De afgelopen jaren heb ik heel wat misverstanden zien ontstaan door verschillende ideeën over wat zelfbeheer is, bijvoorbeeld over sociaal werkers die zich afzijdig hielden, want dat zou zelfbeheer zijn, terwijl bewoners zich irriteerden aan sociaal werkers die zelf geen initiatief namen. Ook onderling worstelden bewoners met verschillende ideeën over samen leven en samen beheren. De een was blij met de sociale contacten, de ander wou het liefst met rust gelaten worden. De ene bewoner zei tegen mij: ‘Ik vind het zo fijn dat ik als ik thuis kom [bij JES], er altijd iemand is om mee te praten in de woonkamer’, een andere bewoner zei: ‘Er zitten altijd mensen naar je te kijken in de woonkamer, je bent nooit eens alleen’.

Bewoners waarderen de ruimte voor eigen regie en de bestaanszekerheid die JES biedt, ook door de onbepaalde verblijftijd en de afwezigheid van tijdsdruk om je problemen aan te pakken. Door de jaren heen is JES steeds meer aandacht gaan besteden aan de voorbereiding op weer zelfstandig wonen. Een deel van de bewoners had daar weerstand tegen: ze hadden niet voor JES gekozen om het over hun gevoelens te hebben.

Ik heb lang geworsteld met de weigering van een deel van de bewoners om woorden te geven aan de voordelen van samen leven. Als onderzoeker wil ik graag beschrijven welke baat bewoners wel of niet hebben bij hun verblijf en dat gaat moeilijker als mensen zelf die baat niet willen benoemen. Omgekeerd dan maar opschrijven dat mensen geen baat ervaren, doet geen recht aan mijn waarnemingen en aan de waarnemingen van anderen. Als sociaal werker, en als mens, ben ik overtuigd van de waarde van reflecteren op jezelf en je ontwikkeling, als stimulans voor zelfontwikkeling. Tegelijk ben ik ook overtuigd van de waarde die het voor bewoners heeft om te kunnen weigeren om te reflecteren, juist omdat in de reguliere hulpverlening cliënten zo vaak hun hele hebben en houden permanent moeten delen met onbekenden.

Zoeken naar manier van ondersteuning

De ondersteuners van JES zoeken naar manieren om ondersteuning te bieden, zonder van bewoners de vrijheid om het zelf te bepalen aan te tasten. Hoe je als sociaal werker ondersteuning kan bieden die eigen kracht versterkt, of in ieder geval niet beperkt, is het hoofdthema geweest van mijn werk als docent-onderzoeker de afgelopen tien jaar. Dat thema, het ‘Achterhuis trauma’ van het sociaal werk, speelt zowel binnen zelfbeheer als in het wijkgerichte werken, waar ik ook veel onderzoek naar heb gedaan.

Achterhuis stelde dat sociaal werkers cliënten afhankelijk maken, een leitmotiv in het denken van en over sociaal werkers. Er zijn allerlei processen in het sociale domein aan te wijzen die eigen kracht hinderen, zoals bureaucratische uitsluiting, bestaansonzekerheid, probleemgestuurde financiering (alleen als je kwetsbaar genoeg bent krijg je hulp) en onoverzichtelijkheid, maar die hebben meer met regels dan met professionals te maken (al verschuilen sommigen zich dan wel weer makkelijk achter die regels).

In JES zijn veel van die eigen kracht belemmerende regels er niet. Bewoners hebben bestaanszekerheid en binnen JES veel vrijheid. Zoals gezegd, voor een flink deel van de bewoners betekent dat niet dat hun eigen kracht dan automatisch floreert binnen JES. Daar is ondersteuning bij nodig, van andere bewoners en van ondersteuners. Ondersteuners sluiten bij wat bewoners willen en kunnen en bieden ondersteuning waar die eigen kracht er (nog of tijdelijk) niet is.

Strenge huisregels aan de muur

Het werk van ondersteuners wordt bemoeilijkt doordat bewoners die de ‘leefwereld’ vertegenwoordigden, er erg op gebrand waren om onderdelen van die vervloekte ‘systeemwereld’ te kopiëren, tot mijn verbazing. Op sommige momenten hingen er opeens strenge huisregels op een blaadje aan de muur of was er een hiërarchische taakverdelingen (tussen nieuwe bewoners, oudere bewoners, de beheerdersgroep en de voorzitter). Tegelijk blijft er een wezenlijk verschil met reguliere institutionele voorzieningen: met elke nieuwe groep bewoners werden ingesleten patronen weer ter discussie gesteld en werden oude rollen door nieuwe vervangen, waardoor elke bewoner de ruimte had om JES zich een beetje ‘eigen’ te maken, en vorm te geven aan zijn eigen verblijf bij JES. En verdween het briefje met huisregels (om later weer te verschijnen en nog een keer te verdwijnen).

Waar institutionele zorg vaak geassocieerd wordt met disempowerment, zag ik bij JES ook geïnstitutionaliseerde elementen die juist empowerend werkten: van de eigen sleutel die elke bewoner krijgt en de vaste vergadering waar alles besproken en besloten wordt, tot het gevoelde gezamenlijk eigenaarschap van de voorziening. JES, en andere zelfbeheerde voorzieningen, laten zo zien: empowerment kan heel goed in een institutionele setting, mits goed ingericht.

Meer Gallisch dorp dan paard van Troje

Het mooie van zo lang mee oplopen, is dat ik ook veranderingen over tijd kan zien, of juist dingen die niet veranderen. De waardering van bewoners voor rust en vrijheid blijft groot, de zoektocht naar de balans tussen aandacht voor individueel en collectief zelfbeheer ook. De druk op sociaal werkers vanuit bewoners en andere betrokken is ook een constante, druk om terug te vallen in klassieke rollen. En externe betrokkenen – vanuit de moederorganisatie, de gemeente en andere partnerorganisaties- blijven zoekende in hoe zich te verhouden tot zelfbeheer.

De steeds maar groeiende schaarste in woningen en opvangplekken in Amsterdam en Nederland zorgt er voor dat de druk op JES groter wordt om zich aan te passen aan de eis dat nieuwe bewoners een beschikking van niet-zelfredzaamheid hebben van de gemeente, inclusief alle bureaucratische processen die daarbij horen. In die zin is JES minder ‘paard van Troje’, die het systeem van binnenuit verandert, en meer een ‘Gallisch dorp’ die vast probeert te houden aan de eigen visie, binnen een systeem dat daar niet veel ruimte voor biedt.

Max Huber verdedigt op 10 maart zijn proefschrift ‘Sailing on self-management. The organization of empowerment in an institutional setting’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorafgaand aan de verdediging is er een symposium met en over JES. Meer informatie over het symposium en de verdediging staat op de website van HVO-Querido. Daar staat ook een link naar het proefschrift.

Het proefschrift is geschreven vanuit de Werkplaats sociaal domein Amsterdam, onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam. Huber werkt nu bij het onderzoeksbureau van HVO-Querido en is verbonden aan de academische werkplaats Sociaal werk van Tranzo.

Foto: http://www.jeeigenstek.com/gallerij/ 

doorDDV

Straatapp voor Amsterdamse dak- en thuisloze jongeren

Praktische tips voor slaap-, douche en eetadressen

Het aantal dak- en thuisloze jongeren in Nederland én in Amsterdam is gestegen. Mede daarom lanceert De Combinatie op 3 maart de Straatapp. Deze is voor Amsterdamse jongeren die dak- en thuisloos zijn of dreigen te worden. Je komt op de Straatapp via https://straatapp.nl of via de QR-code. Als je deze een keer met wifi-verbinding hebt bezocht, kan dat daarna zonder wifi.

Wethouder Simone Kukenheim (zorg): “Als je als jongvolwassen opeens op straat komt te staan, dan is dat heftig. Je hebt geen vaste woon- en verblijfplaats, vaak geen vast inkomen en bent helemaal op jezelf aangewezen. Hoe houd je jezelf dan staande? Daarom juichen we het initiatief van deze Straatapp toe. Het sluit goed aan bij de behoefte van dakloze jongeren aan meer praktische tips en adviezen. Ook draagt de app bij aan de ambitie van het landelijke Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019-2021 (onder aansturing van staatssecretaris Blokhuis) om jeugddakloosheid terug te dringen. Dit complexe vraagstuk behoeft ook maatwerk. De ervaringsdeskundige jongeren die ik gesproken heb, voelen zich gesteund met alle informatie die deze app te bieden heeft.”

Praktische informatie
De app bestaat uit negen thema’s met praktische informatie voor jongeren. Dat zijn onder andere adressen waar ze goedkoop kunnen slapen, douchen en eten. Heeft een jongere behoefte aan een luisterend oor, dan is hier informatie te vinden over de mogelijkheden. Ook kunnen jongeren met een LHBTI-achtergrond terecht op de app voor specifieke info.

In de app vind je via de knop ‘Persoonlijke verzorging’ bijvoorbeeld Team Centrum van perMens waar een jongere kan douchen en een wasmachine kan gebruiken. Bij ‘Geld’ vind je onder andere Dynamo waar je kan aankloppen voor hulp bij schulden.

Onder de aandacht van jongeren
We brengen de app onder andere onder de aandacht via media. Daarnaast komen posters te hangen op locaties waar jongeren komen. Denk aan scholen, gemeente, bibliotheken, coffeeshops, jongerencentra. Ook organisaties die jongeren adviseren, zijn of brengen we op de hoogte. Wil je informatie ontvangen, mail naar [email protected]

App bezoeken zonder Wifi
De jongere kan de Straatapp bezoeken zonder wifi-verbinding, nadat hij de app op z’n telefoon heeft gezet. Dat kan door de website te bezoeken en dan de keus te maken deze toe te voegen als app.

App is idee van jongeren zelf
De app is een idee van jongeren van Don Bosco Straatvisie die zelf hebben ervaren hoe moeilijk het is om informatie te vinden als je op straat komt te staan. Zij bedachten dat alle informatie op één plek moest komen in een app! De Combinatie – een samenwerkingsverband van acht jongerenorganisaties – heeft dit vervolgens met de jongeren opgepakt en ontwikkeld. Gebruikers van de app kunnen makkelijk actuele informatie doorgeven, zodat de app altijd up-to-date blijft! Natuurlijk beheren we deze ook. Dat doen we samen met de jongeren van Don Bosco Straatvisie. Een app voor en door jongeren dus!

Noot voor de redactie

Meer informatie: Leontien Kuip, communicatieadviseur HVO-Querido, tel. (06) 06 52 85 45 07, [email protected] of Simone Dweelaard, communicatieadviseur perMens, tel. (06) 40 28 52 72, [email protected]

doorDDV

Arre Zuurmond over zijn afscheid als de Ombudsman van Metropool Amsterdam

donderdag 18 februari 2021

Arre Zuurmond, de Ombudsman van Metropool Amsterdam, neemt dit jaar afscheid terwijl hij nog eigenlijk voor 4 jaar had getekend. Hij pleit voor ander leiderschap.

Het is interessant wat Arre Zuurmond inbrengt over waarom hij stopt. Kijk en luister via de link naar dit interessante interview.

doorDDV

Eindejaar sluiting

De postuitgifte en het spreekuur van de DDV zijn gesloten tussen 22 december 2020 en 10 januari 2021.
Op maandag 21 december zijn wij alleen open tot 12.30 en doen we geen intakes meer.

De laatste mogelijkheid in 2020 voor een intake voor een briefadres is op donderdag 17 december.

doorDDV

Gemeente moet dakloze burger inschrijven

Op 10 november 2020 bericht Valente

Het niét kunnen verkrijgen van een briefadres is een hardnekkig probleem. Op  28 oktober 2020 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste bestuursrechter) uitspraak gedaan dat de gemeente gehouden is zelf een briefadres te verlenen als de burger daar niemand anders voor heeft.

De uitspraak gaat over een dakloze man die een briefadres had gekregen van een kennis in de gemeente Lansingerland. Met dat briefadres stond de man ingeschreven bij de gemeente in de Basisregistratie Personen (BRP). Op die manier was de man bereikbaar voor de overheid en kon hij zaken regelen zoals een zorgverzekering, verlenging van rijbewijs en aanvragen van paspoort.

Begin 2018 trok de kennis haar toestemming voor het briefadres in. De gemeente informeerde de man hierover, beëindigde het briefadres (en daarmee de inschrijving in de BRP) en verwees hem naar Centraal Onthaal in Rotterdam, het daklozenloket. In de folder over Centraal Onthaal die de man ontving van de gemeente Lansingerland, staat overigens dat Centraal Onthaal geen briefadressen toekent. De gemeente Rotterdam stelt eisen aan het verlenen van een briefadres, onder meer dat iemand in de (nacht)opvang moet slapen om op een briefadres ingeschreven te worden. De man wilde niet in de (nacht)opvang in Rotterdam gaan slapen en kon op die manier ook geen briefadres krijgen daar.

De man tekende bezwaar aan bij de rechtbank en werd in het gelijk gesteld. De gemeente Lansingerland moest hem met terugwerkende kracht weer inschrijven op een briefadres, zo niet bij een kennis, dan bij de gemeente zelf . De gemeente Lansingerland ging daarop in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde op 28 oktober 2020 als volgt:

De gemeente mag alleen uitschrijven naar onbekend als:

– de betrokkene niet kan worden bereikt;

– hij/zij geen ander inschrijfadres heeft gemeld of bericht van vertrek heeft gegeven en

– na gedegen onderzoek geen gegevens kunnen worden achterhaald.

De gemeente moet zelf een briefadres op een adres van de gemeente geven als iemand die dakloos is, geen personen heeft die hem een briefadres willen verlenen. De Raad van State verwijst naar het ‘Stappenplan inschrijven BRP op een Briefadres’ van 6 maart 2018. De gemeente moet dit plan volgen en zo nodig maatwerk leveren.

De gemeente mag voor een briefadres niet eisen dat de dakloze persoon zorg ontvangt of gebruik maakt van de opvang.

De advocaat die in deze zaak de belangen van de dakloze man heeft behartigd, geeft het volgende advies aan mensen die door de gemeente uit de BRP geschreven zijn naar ‘Vertrokken, Onbekend, Waarheen’:

1. Houd goed contact met de gemeente. Blijf bereikbaar per telefoon/mail/persoonlijk aan het loket.

2. Zoek iemand anders die als briefadres wil fungeren.

3. Als dat niet lukt: vraag de gemeente schriftelijk om een briefadres bij de gemeente (ambtshalve briefadres).

4. Vraag een schriftelijke beslissing over de uitschrijving. Maak zo nodig binnen 6 weken bezwaar.